Milieu-voetafdruk en naleving

UCB past het voorzorgsbeginsel toe bij innovatie en ontwikkeling van nieuwe producten als hulpmiddel voor de veiligheid van patiënten en/of beheer van het milieurisico. We beschouwen de voordelen en mogelijke risico’s voor gezondheid en milieu van innovatie en nieuwe technologieën op een wetenschappelijke en transparante wijze.

In 2016 hebben we onze bedrijfsmilieustrategie versterkt door absolute doelen vast te stellen voor het verminderen van de voetafdruk van UCB’s belangrijkste milieu-invloeden: de uitstoot van broeikasgassen, watergebruik en afval. In 2017 hebben we omzetting van deze strategie in concrete actieprogramma’s versneld.

Momenteel zijn ISO-gecertificeerde milieubeheersystemen geïmplementeerd in onze onderzoeks- en productielocaties in Slough (VK), Braine (België), Bulle (Zwitserland) en Zhuhai (China). Een ISO-overeenkomstig milieubeheersysteem is geïmplementeerd op onze productielocatie in Saitama (Japan). De systemen worden gebruikt om wettelijke naleving te waarborgen en doorlopend onze milieuprestaties te verbeteren, gericht op de drie gebieden die er het meest toe doen.

Klimaatveranderingen (regelgeving)

In relatie tot onze meest belangrijke milieu-invloeden, de steeds veranderende en nieuwe of opkomende vereisten van regelgevende instanties gericht op verkleinen van klimaatinvloeden, door de overgang naar een economie met weinig koolstof­verbruik, kunnen mogelijk een negatieve invloed hebben op UCB’s nalevingsstatus met de toepasselijke regels en waardeketen waardoor er mogelijk een negatieve impact is op de reputatie van UCB.

Het internationale (politieke) debat rond klimaat­verandering resulteerde in het Akkoord van Parijs (COP21) eind 2015. 197 landen, waaronder alle toonaangevende economieën, waren betrokken bij het bepalen van de acties nodig om de stijging van de wereldwijde temperatuur te beperken tot onder de 2 °C. Tot nu toe hebben 170 landen de overeenkomst daadwerkelijk ondertekend.

De COP21-ambitie omvat een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 25% per 2030 via een combinatie van beleids- en wettelijke maatregelen en op de markt gebaseerde mechanismen, die waarschijnlijk de toekomstige praktijken en investeringen van het bedrijf zullen beïnvloeden. Dit kan leiden tot de noodzaak om specifieke acties uit te werken nodig om te voldoen aan welbepaalde, nieuwe vereisten van (regelgevende) instanties die kunnen worden geïntroduceerd op lokaal, regionaal en/of nationaal niveau. Dit kan ook leiden tot toenemende kosten voor koolstof in de waardeketen.

De verwachte resultaten van onze versterkte milieustrategie omvatten:

  • een verminderde milieu-voetafdruk;
  • verbeterde betrokkenheid van medewerkers;
  • lagere operationele uitgaven; en,
  • verminderde belastingen of kosten van andere vereisten van regelgevende instanties die betrekking hebben op naleving en/of kosten van goederen.

Om ons succes te meten zijn de relevante KPI’s weergegeven in de GRI G4 indicatoren van Duurzaamheid, categorie ‘Milieu’.