28 Leningen

De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kasstromen

Niet-constante wijzigingen

 

€ miljoen

2017

Uit financierings­activiteiten

Toename/ Afname van geldmiddelen

Transfer van langlopend naar kortlopend

Wisselkoers­wijzigingen

Overige

2018

Langlopend

 

 

 

 

 

 

 

Bankleningen

300

-150

0

-17

2

0

135

Overige langetermijnleningen

0

0

0

0

0

0

0

Leaseovereenkomsten

3

0

0

-1

0

61

63

Totaal langlopende leningen

303

-150

0

-18

2

61

198

Kortlopend

 

 

 

 

 

 

 

Voorschotten in rekening-courant

26

0

-2

0

1

0

25

Kortlopende component van bankleningen

11

-19

0

17

1

1

11

Schuldpapier en andere kortetermijnleningen

0

0

0

0

0

0

0

Leaseovereenkomsten

2

-33

0

1

0

68

38

Totaal kortlopende leningen

39

-52

-2

18

2

69

74

Totaal leningen

342

-202

-2

0

4

130

272

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 31 december 2018 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 3,32% (2017: 3,03%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 2,31% (2017: 2,19%) na hedging. De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 29) en de gewijzigde faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.

Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de actuele waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta’s.

Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde.

Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

Op 9 januari 2018 heeft de Groep de hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard, toen met een vervaldag op 9 januari 2021, gewijzigd en verlengd naar een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard die vervalt in 2023 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldag met twee bijkomende jaren aan te vragen). In december 2018 verlengde de Groep de vervaldag van de kredietfaciliteit tot 9 januari 2024 (waarbij de optie om een verdere verlenging van de vervaldag met één bijkomend jaar, tot 2025, behouden bleef). Per 31 december 2018 waren er geen uitstaande bedragen onder de hernieuwbare kredietfaciliteit (2017: € 0 miljoen).

De Groep beschikt over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten. In dit verband werd voor de bindende bilaterale overeenkomst een totaal bedrag van € 64 miljoen niet opgenomen op het einde van 2018 (2017: € 72 miljoen).

Raadpleeg Toelichting 4.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen).

De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta’s uitgedrukt:

 

 

 

€ miljoen

2018

2017

EUR

94

244

USD

52

67

Overige

0

0

Totale rentedragende leningen per valuta

146

311

EUR

28

5

GBP

25

0

USD

15

0

Overige

33

0

Totale verplichtingen uit leaseovereenkomsten per valuta

101

5

Voorschotten in rekening-courant – USD

23

22

Voorschotten in rekening-courant – overige

2

4

Totaal leningen

272

342