3 Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen

Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.

3.1 Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep

Opbrengsterkenning

De Groep is betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty's die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of andere activiteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt.

Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend en ingeval de input-methode als de beste methode wordt beschouwd om de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn bij de toepassing van deze methode, met name bij het inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis en vooruitgang van de te verstrekken dienst. Schattingen worden op continue basis opnieuw beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt de input-methode in de meeste gevallen de meest getrouwe weergave van de overdracht van de dienst aan de klant.

Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn.

Opbrengstenerkenning voor licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.

Beëindigde bedrijfsactiviteiten

Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep.

Leaseovereenkomsten

Vanwege de wijzigingen in de grondslagen voor de financiële verslaggeving als gevolg van de toepassing van IFRS 16, werden de volgende kritische beoordelingen met betrekking tot leaseovereenkomsten gemaakt, startend vanaf de datum van initiële toepassing van IFRS 16 (1 januari 2018):

Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende het huidige boekjaar was er geen materiële financiële impact als een gevolg van de herziening van leasetermijnen om het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen of the beëindigen, weer te geven.

3.2 Kritische boekhoudkundige schattingen en veronderstellingen

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode.

De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.

3.2.1 Omzetreducties

De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretours, terugvorderingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma’s “Medicaid Drug Rebate” en “Federal Medicare” in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen.

Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretours, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.

Alle omzetreducties worden beschouwd als deel uitmakend van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale transactieprijs de prijs is die door het management wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan beperkingen.

3.2.2 Immateriële activa en goodwill

De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 870 miljoen (Toelichting 19) en goodwill met een boekwaarde van € 4 970 miljoen (Toelichting 20). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start van de commercialisering van de gerelateerde producten).

De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren.

Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen.

Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico’s en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt.

De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen.

De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de “bedrijfswaarde”, die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar:

  • groeiratio voor de eindwaarde 3.0%
  • disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor verkochte producten 6.41%
  • disconteringsvoet met betrekking tot immateriële activa gerelateerd aan pijplijnproducten 13.0%

Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen.

De directie is van mening dat het gebruik van de disconteringsvoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op kasstromen vóór belastingen.

3.2.3 Milieuvoorzieningen

De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering die toegelicht worden in Toelichting 33. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep.

Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.

3.2.4 Personeelsbeloningen

De Groep heeft momenteel een groot aantal toegezegd-pensioenregelingen, die uiteengezet worden in Toelichting 32. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen.

Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markt- en economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren.

Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of verplichtingen die in de toekomst in de balans zullen worden geboekt.

3.2.5 Belastingposities

De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze posities op basis van technische aspecten en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op basis van besprekingen met de fiscale autoriteiten, waar van toepassing). Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst of de verwachte waarde, afhankelijk van welke methode verwacht wordt de beste voorspelling te geven van de uitkomst van elke onzekere belastingpositie, met het oog op het weergeven van de waarschijnlijkheid dat een aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen. Een vordering voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt berekend als de verwachte waarde van de recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting in de betreffende jurisdictie na voltooiing van het Onderling Overleg of Arbitrageprocedure.

De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 721 miljoen (Toelichting 31). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen, wordt de beschikbaarheid van de verliezen die moeten verrekend worden ten opzichte van de voorspelde belastbare winst ook in rekening genomen. Voor 2018 hield de Groep ook rekening met de belastinghervorming in België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld, bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt of waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden geval per geval gemaakt, rekening houdend met de oorsprong en aard van de verwachte inkomsten en dit entiteit per entiteit, maar deze periode overschrijdt in de meeste gevallen niet de periode van vijf jaar.

Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden.

Er werden geen materiële uitgestelde belastingvorderingen erkend voor entiteiten die momenteel nog steeds verlieslatend zijn. De Groep heeft ook belangrijke boekhoudkundige schattingen en beoordelingen gemaakt met betrekking tot belastingverplichtingen gerelateerd aan controles die aan de gang zijn in een aantal belangrijke jurisdicties. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten en de relevante vertegenwoordigers van de overheid. Waar nodig worden consultants en juridische adviseurs geraadpleegd om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en principes.