4 Financieel risicobeheer

De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico’s die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten.

Deze financiële risico’s bestaan uit marktrisico’s (waaronder valutarisico’s, renterisico’s en prijsrisico’s), kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.

Deze toelichting geeft informatie over de mate waarin de Groep aan de voornoemde risico’s is blootgesteld, over de grondslagen en de procedures van de Groep om deze risico’s te beheren en over het kapitaalbeheer van de Groep. Risicobeheer wordt uitgevoerd door de afdeling Financieel Beheer van de Groep volgens beleidslijnen die door het Financial Risk Management Committee (FRMC) zijn goedgekeurd.

Het FRMC is momenteel samengesteld uit de financieel directeur, het hoofd van de afdeling Boekhouding, Rapportering & Consolidatie, het hoofd van de Interne Audit afdeling, het hoofd van de Belastingafdeling, het hoofd van de afdeling Financiën & Risico en de CFO voor de praktijken voor patiëntwaarde en voor bedrijfsstrategie & ontwikkeling. Het FRMC is verantwoordelijk voor:

  • de analyse van de resultaten van de risicobeoordeling van UCB;
  • de goedkeuring van de aanbevolen strategieën voor risicobeheer;
  • het toezicht op de naleving van beleid voor het beheer van de financiële marktrisico’s;
  • de goedkeuring van beleidswijzigingen; en
  • de verslaggeving aan het Auditcomité.

De beleidslijnen die het FRMC voor het financieel risicobeheer van de Groep heeft bepaald, moeten identificatie en analyse van de risico’s voor de Groep mogelijk maken, om de gepaste limieten en controles van de risico’s te bepalen, toezicht te houden op de risico’s en te zorgen dat de limieten nageleefd worden. Het FRMC herziet de beleidslijnen voor het risicobeheer om de zes maanden om deze aan eventuele wijzigingen in de marktvoorwaarden en de activiteiten van de Groep aan te passen.

Het FRMC heeft ook de risico’s verbonden met de Brexit, die betrekking hebben op de activiteiten van de Groep, geïdentificeerd en beoordeeld en heeft besloten dat de Brexit beslissing van het Verenigd Koninkrijk geen belangrijke impact zou hebben op de activiteiten van de Groep. Om vertragingen in de toeleveringsketen te vermijden, zullen de voorraadniveaus voor de operaties in het Verenigd Koninkrijk licht verhoogd worden. Andere kritische Brexit-gerelateerde risico’s werden beperkt.

4.1 Marktrisico

Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico’s te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

4.1.1 Valutarisico

De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta’s die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta’s en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van bestaande activa en verplichtingen, alsook verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps (waarbij verschillende valuta’s betrokken zijn) ter afdekking van bepaalde valutastromen en financieringstransacties waartoe zij zich heeft verbonden of die zij verwacht.

De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties noteren voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta’s waarin de Groep haar grootste risico’s loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin om de impact af te dekken van de omzetting van activa en verplichtingen in vreemde valuta naar de functionele valuta van de relevante dochterondernemingen, alsook om de impact af te dekken van koersschommelingen op de verwachte kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit voor minimaal 6 maanden tot maximaal 26 maanden.

De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta’s.

De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto-investeringen worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep.

4.1.2 Effect van koersschommelingen

Per 31 december 2018 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10 % was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta’s, met behoud van alle andere variabelen:

Per 31 december 2018

 

 

 

€ miljoen

Wijziging in wisselkoers: Versteviging/ Verzwakking (-) EUR

Impact op eigen vermogen:
verlies (-)/winst

Impact op winst- en verliesrekening:
verlies (-)/winst

USD

+10%

-119

-16

 

-10%

146

19

GBP

+10%

-40

0

 

-10%

49

0

CHF

+10%

-58

-1

 

-10%

71

1

JPY

+10%

13

0

 

-10%

-16

0

 

 

 

 

Per 31 december 2017

 

 

 

€ miljoen

Wijziging in wisselkoers: Versteviging/ Verzwakking (-) EUR

Impact op eigen vermogen:
verlies (-)/winst

Impact op winst- en verliesrekening:
verlies (-)/winst

USD

+10%

-94

-6

 

-10%

115

7

GBP

+10%

-33

-4

 

-10%

40

5

CHF

+10%

-50

-2

 

-10%

61

3

JPY

+10%

12

-2

 

-10%

-15

2

 

 

 

 

4.1.3 Rentevoetrisico

Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichtingen 28 en 29. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 38.

De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkinginstrumenten, onder reële waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte posten zijn geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening.

In 2018 werden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet geboekt in het eigen vermogen volgens IFRS 9.

4.1.4 Effect van wijzigingen in de rentevoeten

Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 1 miljoen hebben verhoogd (2017: € 1 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 1 miljoen hebben doen dalen (2017: € 1 miljoen).

Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou de winst- en verliesrekening met € 0 miljoen hebben verhoogd (2017: € 0 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou winst- en verliesrekening met € 0 miljoen hebben doen dalen (2017: € 0 miljoen).

4.1.5 Overige risico’s in verband met de marktprijs

Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en hun risicoprofiel.

Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.

Zaken die aan marktprijsrisico’s onderhevig zijn, zijn eerder immaterieel en derhalve wordt verondersteld dat de impact op het eigen vermogen of de winst- en verliesrekening van een redelijke wijziging in dit marktprijsrisico te verwaarlozen is.

Zoals in 2017, verwierf de Groep in de loop van 2018 eigen aandelen, dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.

4.2 Kredietrisico

Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico’s die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico’s van de tegenpartij, in het bijzonder in de Verenigde Staten, door de verkoop via groothandelaars (Toelichting 24).

Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid‑Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.

In de Verenigde Staten en China (sinds 2014) heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen.

De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico’s wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige “Credit Default Swap”-koers.

Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten (“netting”) afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico’s die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.

4.3 Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder risico van aantasting van de reputatie van de Groep.

De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan zijn liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.

Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:

  • Geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 25): € 1 262 miljoen (2017: € 1 049 miljoen)
  • Ongebruikte kredietfaciliteiten en niet-opgenomen beschikbaar bedrag onder financieringscontract (Toelichting 28): € 64 miljoen (2017: € 72 miljoen), lineair degressief afgebouwd sinds 2016 tot 2025;
  • Ongebruikte doorlopende kredietfaciliteiten Toelichting 28): € 1 miljard (2017: € 1 miljard); de bestaande toegezegde gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van de Groep ten belope van € 1 miljard, vervallend in 2024, werd per eind 2018 nog niet opgenomen.

De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.

Per 31 december 2018

 

 

 

 

 

 

 

€ miljoen

Toelichting

Totaal

Contractuele kasstromen

Minder dan 1 jaar

Tussen 1 en 2 jaar

Tussen 2 en 5 jaar

Meer dan 5 jaar

Bankleningen en andere langetermijnleningen

28

146

146

11

121

14

0

Schuldpapier en andere kortetermijnleningen

28

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen uit leaseovereenkomsten

28

101

105

38

29

32

6

Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023

29

188

221

9

9

203

0

Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2022

29

351

377

7

7

363

0

Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021

29

361

392

14

14

364

0

Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020

29

252

268

9

259

0

0

EMTN programma met vervaldatum in 2019

29

75

77

77

0

0

0

Handels- en overige verplichtingen

34

1 812

1 812

1 786

8

17

1

Voorschotten in rekening-courant

28

25

25

25

0

0

0

Renteswaps

 

51

51

15

14

22

0

Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden

 

 

 

 

 

 

 

Uitgaand

 

3 120

3 120

3 120

0

0

0

Inkomend

 

3 006

3 006

3 006

0

0

0

Termijncontracten en overige financiële derivaten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

 

 

 

 

 

 

 

Uitgaand

 

399

399

399

0

0

0

Inkomend

 

399

399

399

0

0

0

 

 

 

 

 

 

 

 

Per 31 december 2017

 

 

 

 

 

 

 

€ miljoen

Toelichting

Totaal

Contractuele kasstromen

Minder dan 1 jaar

Tussen 1 en 2 jaar

Tussen 2 en 5 jaar

Meer dan 5 jaar

Bankleningen en andere langetermijnleningen

28

311

311

11

21

279

0

Schuldpapier en andere kortetermijnleningen

28

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen uit leaseovereenkomsten

28

5

5

2

2

1

0

Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023

29

188

230

9

9

27

185

Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2022

29

349

384

7

7

370

0

Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021

29

365

407

14

14

379

0

Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020

29

254

277

9

9

259

0

EMTN programma met vervaldatum in 2019

29

75

79

2

77

0

0

Handels- en overige verplichtingen

34

1 750

1 750

1 724

10

15

1

Voorschotten in rekening-courant

28

26

26

26

0

0

0

Renteswaps

 

63

63

14

14

31

4

Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden

 

 

 

 

 

 

 

Uitgaand

 

2 753

2 753

2 753

0

0

0

Inkomend

 

2 848

2 848

2 848

0

0

0

Termijncontracten en overige financiële derivaten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

 

 

 

 

 

 

 

Uitgaand

 

2 460

2 460

2 460

0

0

0

Inkomend

 

2 455

2 455

2 455

0

0

0

 

 

 

 

 

 

 

 

4.4 Kapitaalrisicobeheer

Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als “going concern” veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.

 

 

 

€ miljoen

2018

2017

Totale leningen (Toelichting 28)

272

342

Obligaties (Toelichting 29)

1 227

1 231

Min: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 25), schuldinstrumenten (Toelichting 22) en in pand gegeven contanten met betrekking tot de financiële leaseverplichting

-1 262

-1 049

Netto-schuld

237

525

Totaal eigen vermogen

6 255

5 736

Totaal financieel kapitaal

6 492

6 260

Gearing ratio

4%

8%

 

 

 

4.5 Schatting van reële waarde

De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.

De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico’s op elke balansdatum.

Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.

De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.

4.5.1 Hiërarchie van de reële waarde

IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:

  • Niveau 1: genoteerde (niet aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
  • Niveau 2: andere technieken waarvan alle inputs die een aanzienlijk effect hebben op de geboekte reële waarde, waarneembaar zijn, hetzij direct, hetzij indirect;
  • Niveau 3: technieken die inputs gebruiken die een aanzienlijk effect op de geboekte reële waarde hebben die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.

Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.

 

4.5.2 Financiële activa tegen reële waarde

31 december 2018

 

 

 

 

€ miljoen

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Financiële activa

 

 

 

 

Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (Toelichting 22)

 

 

 

 

Genoteerde aandelen

69

0

0

69

Genoteerde schuldinstrumenten

0

0

0

0

Afgeleide financiële activa (Toelichting 38)

 

 

 

 

Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen

0

4

0

4

Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

7

0

7

Rentederivaten – kasstroomafdekkingen

0

1

0

1

Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

37

0

37

 

 

 

 

 

31 december 2017

 

 

 

 

€ miljoen

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Financiële activa

 

 

 

 

Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (Toelichting 22)

 

 

 

 

Genoteerde aandelen

83

0

0

83

Genoteerde schuldinstrumenten

0

0

0

0

Afgeleide financiële activa (Toelichting 38)

 

 

 

 

Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen

0

112

0

112

Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

19

0

19

Rentederivaten – kasstroomafdekkingen

0

0

0

0

Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

45

0

45

 

 

 

 

 

4.5.3 Financiële verplichtingen tegen reële waarde

31 december 2018

 

 

 

 

€ miljoen

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Financiële verplichtingen

 

 

 

 

Afgeleide financiële activa (Toelichting 38)

 

 

 

 

Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen

0

97

0

97

Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

10

0

10

Rentederivaten – kasstroomafdekkingen

0

0

0

0

Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

3

0

3

Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) (Toelichting 30)

 

 

 

 

Warranten

0

0

55

55

 

 

 

 

 

31 december 2017

 

 

 

 

€ miljoen

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Financiële verplichtingen

 

 

 

 

Afgeleide financiële activa (Toelichting 38)

 

 

 

 

Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen

0

9

0

9

Termijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

20

0

20

Rentederivaten – kasstroomafdekkingen

0

1

0

1

Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

0

4

0

4

Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) (Toelichting 30)

 

 

 

 

Warranten

0

0

76

76

 

 

 

 

 

In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2018 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen.

Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de “verdisconteerde cash flow” of de “Black & Scholes” methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie.

De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. Er is geen wijziging gebeurd in de waarderingstechnieken in vergelijking met vorig jaar. De waardering wordt voorbereid door de financiële afdeling op maandelijkse basis en nagekeken door het Uitvoerend comité. De waarde van de warranten is gebaseerd op de winstgevendheid van de dochteronderneming en de belangrijkste veronderstellingen in het waarderingsmodel omvatten niet observeerbare inputgegevens voor verwachte netto-omzet, mijlpaalgebeurtenissen en disconteringsvoet. De gebruikte disconteringsvoet is 8,2%. Een stijging/daling in netto-omzet met 10% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 0% (2017: 0%). Een daling/stijging van de disconteringsvoet met 1% zou leiden tot een stijging/daling van de reële waarde van de warranten met 0% (2017: 1%). De wijziging in reële waarde, erkend in de winst- en verliesrekening, bedraagt € 6 miljoen (2017: € 11 miljoen) en is opgenomen in overige financiële kosten (Toelichting 16).

De volgende tabel laat de wijzigingen zien voor niveau 3-instrumenten.

 

 

 

€ miljoen

Warranten

Totaal

1 januari 2017

127

127

Contante aankoop van extra warranten

0

0

Contante afwikkeling van warranten

-48

-48

Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening

11

11

Effect van wisselkoerswijzigingen

-13

-13

31 december 2017

76

76

Contante aankoop van extra warranten

0

0

Contante afwikkeling van warranten

-30

-30

Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening

6

6

Effect van wisselkoerswijzigingen

3

3

31 december 2018

55

55

 

 

 

4.6 Saldering van financiële activa en financiële verplichtingen

Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans.

De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

31 december 2018

 

 

 

 

 

Bruto financiële activa op de balans

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten

Nettobedragen

 

€ miljoen

Financiële instrumenten

Ontvangen zekerheden

Derivaten

49

27

0

22

Overige

0

0

0

0

Totaal

49

27

0

22

 

 

 

 

 

31 december 2018

 

 

 

 

 

Bruto financiële verplichtingen op de balans

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten

Nettobedragen

 

€ miljoen

Financiële instrumenten

Ontvangen zekerheden

Derivaten

110

27

0

83

Overige

0

0

0

0

Totaal

110

27

0

83

 

 

 

 

 

Met de respectieve tegenpartijen zijn salderingsovereenkomsten (“netting”) afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association) die de saldering van de financiële activa en financiële verplichtingen toelaat. Dit is van toepassing op de reële waarde-afwikkeling in geval van niet betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2018.

De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

31 december 2017

 

 

 

 

 

Bruto financiële activa op de balans

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten

Nettobedragen

 

€ miljoen

Financiële instrumenten

Ontvangen zekerheden

Derivaten

176

31

0

145

Overige

0

0

0

0

Totaal

176

31

0

145

 

 

 

 

 

31 december 2017

 

 

 

 

 

Bruto financiële verplichtingen op de balans

Gerelateerde niet op de balans verrekende posten

Nettobedragen

 

€ miljoen

Financiële instrumenten

Ontvangen zekerheden

Derivaten

34

31

0

3

Overige

0

0

0

0

Totaal

34

31

0

3