3 Richting koolstofneutraliteit

Het is de ambitie van UCB om de activiteiten die we direct beïnvloeden koolstofneutraal te maken tegen 2030.

Onze acties om koolstofneutraal te worden zijn gericht op zowel koolstofvermindering als koolstofcompensatie mechanismen.

Deze ambitie omvat:

  • alle scope 1 emissies
  • alle scope 2 emissies
  • het deel van de scope 3 emissies, dat betrekking heeft op activiteiten die worden uitgevoerd op UCB locaties (zoals productonderzoek, ontwikkeling en productie), de distributie van UCB-producten, apparaten en verpakkingen die op de markt worden gebracht, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers, enz. Als onderdeel van ons ‘Science Based Targets’-initiatief, werden de objectieven voor de scope 3 emissies, die geen deel uit maken van het bereik hierboven vermeld, bevestigd in 2019. Dit heeft hoofdzakelijk betrekking op onze leveranciers en contractproductieorganisaties.

3.1 Energieverbruik

 

 

 

 

 

 

 

GRI indicator

Definitie

Eenheid

2015 (referentie­jaar)

2018 – Actueel

Verschil %

302-1

Totaal

Totaal energieverbruik

Gigajoule

1 137 502

829 248

-27%

 

Gas

Gasverbruik

Gigajoule

652 584

465 729

-29%

 

Stookolie

Verbruik stookolie

Gigajoule

12 956

16 115

24%

 

Brandstof voor voertuigen

Brandstofverbruik utilitaire voertuigen

Gigajoule

158

112

-29%

 

Elektriciteit

Elektriciteitsverbruik

Gigajoule

471 804

347 292

-26%

302-4

Bespaarde energie

Energie bespaard door besparingen en efficiëntieverbeteringen

Gigajoule

6 743

6 653

-1%

 

 

 

 

 

 

 

Energiebesparende initiatieven die in 2018 werden gerealiseerd, leverden een herhaalde energiebesparing van 6 653 gigajoule op, wat 0,8% van het scope 1 en scope 2 energieverbruik van UCB bedraagt. Er werden energiebesparingsprojecten voltooid op de locaties in Bulle (Zwitserland), Braine-l’Alleud (België) en Zhuhai (China). De belangrijkste bijdragen hierin waren de optimalisatie van HVAC-installaties1 in Braine-l’Alleud (België), de vervanging van fluorescente lampen door LED lampen op de Zhuhai-site (China) en het hergebruik van het hete spuiwater in het zwarte stoom-systeem in Bulle (Zwitserland).

In 2018 was 92% van de door UCB verbruikte elektriciteit afkomstig van hernieuwbare bronnen, waarbij 5 UCB-locaties volledig afhankelijk waren van groen elektriciteit: Bulle (Zwitserland), Monheim (Duitsland), Atlanta (VS), Braine-l’Alleud en Brussel (België). Hernieuwbare elektriciteitsbronnen waren zonne-energie, wind en waterkracht alsook biomassa.

2 641 GJ

Elektriciteit opgewekt door UCB
via zonnepanelen

45 009

Ton CO2 -emissies
door zakenreizen

In 2018 genereerde UCB 2 641 gigajoule elektriciteit door zonnepanelen geïnstalleerd in Braine-l’Alleud (België) en Bulle (Zwitserland), een toename van 59% vergeleken met ons referentiejaar 2015. Deze toename kwam er vooral door de installatie van bijkomende zonnepanelen in Braine-l’Alleud (België).

In vergelijking met ons referentiejaar 2015 zijn de totale CO2-emissies van scope 1 en scope 2 met 49% verminderd; scope 1 emissies zijn gedaald met 27%, die van scope 2 met 79%. Deze dalingen zijn vooral gelinkt aan de afstoting van de locaties in Seymour (VS) en Shannon (Ierland) in respectievelijk 2015 en 2016, hernieuwingsprojecten op verschillende productielocaties en het feit dat 92% van de verbruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen werd gegenereerd.

Zakenreizen, die zijn gekoppeld aan CO2 -emissies van scope 3, resulteerden in 45 009 ton, een stijging van 4% ten opzichte van 2015.

1 HVAC: Verwarming, Ventilatie en Air-conditioning (Heating, Ventilation and Air-conditioning)

3.2 Koolstofvermindering

Activiteiten rechtstreeks gecontroleerd door UCB
 

Activiteiten die indirect worden gecontroleerd door UCB

3.2.1 Koolstofvermindering gelinkt aan activiteiten rechtstreeks gecontroleerd door UCB

UCB stelde korte- en langetermijndoelen om de koolstofvoetafdruk van de activiteiten die wij rechtstreeks controleren te verlagen (de linker helft van bovenstaande grafiek).

De evolutie van de koolstofvoetafdruk van deze activiteiten sinds 2015 is weergegeven in de grafiek hieronder:

 

 

 

 

 

 

 

GRI indicator

Definitie

Eenheid

2015 (referentie­jaar)

2018 – Actueel

Verschil %

305-1

Directe broeikasgassen emissies – scope 1

Elektriciteit

Ton CO2

0

0

niet van toepassing

 

Gas

Ton CO2

36 610

26 512

-28%

 

 

Olie

Ton CO2

963

997

2%

305-2

Indirecte broeikasgassen emissies – scope 2

Elektriciteit
(markt-gebaseerd)

Ton CO2

28 108

5 818

-79%

 

Elektriciteit
(locatie-gebaseerd)

Ton CO2

niet van toepassing

20 703

niet van toepassing

 

Gas

Ton CO2

0

0

niet van toepassing

 

 

Olie

Ton CO2

0

0

niet van toepassing

305-3

Andere indirecte broeikasgassen emissies – scope 3

Zakenreizen

Ton CO2

46 734

45 009

-4%

 

 

 

 

 

 

 

We streven ernaar om de emissies van broeikasgassen van activiteiten die we rechtstreeks controleren te verminderen door het:

  • verhogen van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, op procentuele basis;
  • verbeteren van de energie-efficiëntie van onze processen, installaties en gebouwen; en
  • veranderen van ons gedrag waar mogelijk (zoals slimmer reizen).

Twee belangrijke interne belanghebbenden hebben de koolstofverminderingsuitdaging meteen opgepikt:

  • door een proactief aankoopbeleid van onze aankoopteams is het percentage verbruikte elektriciteit gegenereerd van hernieuwbare bronnen verhoogd tot 92% in 2018.
  • Technical and Supply Operations (TSO) lanceerde het ‘Green@TSO’ programma in 2017. Dit lange-termijnsinitiatief zal onze teams verantwoordelijk voor ontwikkeling, productie, leveringsketen, apparaten en verpakkingen uitdagen om milieubewuste beslissingen te nemen met de bedoeling om oplossingen te ontwikkelen waar zowel de patiënt als de planeet baat bij hebben. In 2018 bleven 10 werkgroepen mogelijkheden voor de korte termijn identificeren en trajecten voor de langere termijn ontwikkelen om de energie-efficiëntie van onze industriële installaties en processen te optimaliseren. Het Global Distribution and Logistics team bijvoorbeeld identificeerde vier clusters (verpakking, netwerkrouting, vervoerders, laadefficiëntie en intermodale transport methodes) rond welke efficiëntieverbeteringsprogramma’s worden opgezet vanaf 2019.

3.2.2 Koolstofvermindering gelinkt aan activiteiten die indirect worden gecontroleerd door UCB

Om de volledige waardeketen te kunnen aanpakken als onderdeel van ons ‘Science Based Targets’-initiatief, werden de objectieven voor de scope 3 emissies, die geen deel uit maken van het hierboven vermelde bereik voorbereid. Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op onze leveranciers en contractproductieorganisaties. Deze zullen, samen met de scope-1 en scope-2 objectieven die we reeds vermeldden en de scope-3 objectieven voor de activiteiten die we rechtstreeks controleren, in 2019 worden voorgelegd aan het ‘Science Based Targets’ Comité.

3.3 Koolstofcompensatie

Hoewel onze belangrijkste focus ligt op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen zullen we de emissies die we niet op korte termijn kunnen verminderen moeten compenseren. Daarom is UCB in 2017 samenwerkingsverbanden aangegaan met duurzaamheidsorganisaties die zich richten op herbebossing en milieubescherming, en die onze inspanningen inzake koolstofcompensatie zullen coördineren.

EcoMakala1

Desa’a Forest

Virunga Park, Democratische Republiek Congo

Noord-Ethiopië

2025

2030

10 000 hectare

12 000 hectare

+/-300 000 ton CO2 bespaard

+/-200 000 ton CO2 bespaard

wordt momenteel gecertificeerd door de Gouden Standaard

wordt momenteel gecertificeerd door de Plan Vivo Standaard

1 Onze partner zal gedurende een periode van 10 jaar de lokale populatie ook voorzien van energie-efficiënte fornuizen en duurzaam geproduceerde houtskool. Dit helpt het illegaal kappen van bossen voor het klaarmaken van dagelijkse maaltijden in het Virunga-park te voorkomen. Via dit initiatief wordt de uitstoot van zo’n 400 000 ton CO2 voorkomen.

Bovenop koolstofsequestratie bezorgen deze projecten de lokale bevolking ook tewerkstelling en helpen ze tevens met de verbetering van de lokale leefomstandigheden. In feite dragen de klimaatprojecten bij aan veel van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG) van de VN.