28 Leningen

28 Leningen

De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kasstromen

Niet-contante wijzigingen

 

€ miljoen

2018

Uit financierings-activiteiten

toename/afname van geldmiddelen

Transfer van langlopend naar kortlopend

Wisselkoers-wijzigingen

Overige

2019

Langlopend

 

 

 

 

 

 

 

Bankleningen

135

−100

0

−18

1

0

18

Overige langetermijnleningen

0

0

0

0

0

0

0

Leaseovereenkomsten

63

−34

0

−1

1

32

61

Totaal langlopende leningen

198

−134

0

−19

2

32

79

Kortlopend

 

 

 

 

 

 

 

Voorschotten in rekening-courant

25

0

−20

0

0

0

5

Kortlopende component van bankleningen

11

−18

0

18

1

1

13

Schuldpapier en andere kortetermijnleningen

0

0

0

0

0

0

0

Leaseovereenkomsten

38

−14

0

1

1

12

38

Totaal kortlopende leningen

74

−32

−20

19

2

13

56

Totaal leningen

272

−166

−20

0

4

45

135

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 31 december 2019 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 3,49% (2018: 3,32%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 2,33% (2018: 2,31%) na hedging. De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 29) en de gewijzigde faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.

Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de actuele waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta’s.

Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde.

Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

Op 9 januari 2018 heeft de Groep een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard, toen met een vervaldag op 9 januari 2021, gewijzigd en verlengd naar een hernieuwbare kredietfaciliteit van € 1 miljard die vervalt in 2023 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldag met twee bijkomende jaren aan te vragen). In december 2019 verlengde de Groep de vervaldag van de kredietfaciliteit tot 9 januari 2025 (waarna er geen verdere optie tot verlenging meer is). Per 31 december 2019 waren er geen uitstaande bedragen onder de hernieuwbare kredietfaciliteit (2018: € 0 miljoen).

Op 10 oktober 2019 heeft de Groep een bulletkredietfaciliteit van USD 2.1 miljard met een vervaldatum in 2025 afgesloten, voor de financiering van de verwerving van Ra Pharma. Per 31 december 2019 waren er geen uitstaande bedragen onder deze kredietfaciliteit.

De Groep beschikt over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten. In dit verband werd voor de bindende bilaterale overeenkomst een totaal bedrag van € 55 miljoen niet opgenomen op het einde van 2019 (2018: € 64 miljoen).

Raadpleeg Toelichting 4.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen).

De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta’s uitgedrukt:

 

 

 

€ miljoen

2019

2018

USD

57

90

EUR

36

124

GBP

19

25

CNY

5

7

JPY

4

7

Overige

14

19

Totaal leningen

135

272